Geschiedenis van de Canarische Eilanden

De Canarische Eilanden bestaan uit 7 bewoonde eilanden in de Atlantische Oceaan. De eilanden kennen een rijke geschiedenis die omstreeks 3000 jaar voor Christus begint. De eilanden zelf bestaan dan al miljoenen jaren nadat ze als toppen van vulkanen boven het water van de Atlantische oceaan uit kwamen. De Canarische Eilanden bestaan uit La Palma, Fuerteventura, Lanzarote, El Hierro, Gran Canaria, Tenerife en La Gomera. De eilandengroep is populair bij liefhebbers van zon, zee en strand. Maar, ook cultuur en historie is op de Canarische Eilanden ruim vertegenwoordigd.

Omstreeks 3000 jaar voor Christus werden de Canarische Eilanden voor het eerst bewoond. Deze mensen werden gezien als berbers en waren vooral afkomstig uit Noord-Afrika. Daarna waren het vooral de Guanchen die bezit namen van de eilanden. Ze leefden vooral in de vele grotten die de eilanden rijk waren. Ze hielden zichzelf in leven door het verbouwen van gewassen en de visvangst.

Later in 24 na Christus, was het Plato die de eilanden reeds bezocht. Gedacht werd dat de eilandengroep een deel was van Atlantis, het verdwenen Rijk. De Griekse geograaf Ptolemaeus beeldde de Canarische Eilanden op de kaart zelfs af op de rand van de wereld. De archipel heeft zijn naam uiteindelijk te danken aan de Romeinse letterkundige Plinius de Jongere. Echter werd de eilandengroep tot aan 1312 met rust gelaten bij het vallen van het Romeinse Rijk. Het was Lancelotto Malocello die de eilanden opnieuw ontdekte.



Spaanse inneming

De Kroon van Castilië gaf Jean de Bethencourt in 1402 opdracht om de eilanden in te nemen. De Guanchen lieten dit echter niet zomaar gebeuren. Uiteindelijk werd alleen Lanzarote ingenomen. 2 jaar later volgde ook El Hierro, La Gomera en Fuerteventura. Op dit laatste eiland werd 4 jaar na de inneming de stad Betancuria gesticht. Tijdens het Verdrag van Alcacovas tussen Spanje en Portugal in 1479, werden de eilanden toegewezen aan Spanje.

De Castilianen namen onder leiding van Ferdinand van Aragon en Isabella van Castilië ook Gran Canaria en La Palma in. Dit gebeurde door Alonso Fernendez de Lugo die Koning Tanausu en zijn gevolg terugstuurde naar Spanje. Later wilde de Lugo ook Tenerife veroveren maar de Guanches gaven zich niet zomaar gewonnen. Veel van zijn mankrachten stierven waardoor de Lugo zich terug moest trekken. Een jaar later slaagde hij er wel in om het eiland over te nemen. De Guanches werden gebruikt als slaven en werden omstreeks 1541 met uitsterven bedreigd.

De jaren na de inneming floreren de Canarische Eilanden als belangrijke handelspost voor de Nieuwe Wereld. Omstreeks 1550 ontstond er zelfs een Vlaamse Canarische Natie omdat veel Vlamingen suikerriet gingen verbouwen op de eilanden. Maar, de groei en rijkdom trok ook piraterij aan. Zelfs Nederland heeft onder leiding van Pieter van der Does in 1599 voet aan wal gezet op Las Palmas de Gran Canaria. De bezetting mislukte echter. Ook Christoffel Columbus maakte dankbaar gebruik van de ligging van de eilanden. Door de westelijke zeestroming en passaatwinden was Gran Canaria en Las Palmas een prima tussenstop tijdens zijn reizen naar Amerika.

Recente geschiedenis

Omstreeks 1665 stopte de suikerindustrie op de eilanden. De Caraïben waren veroverd en daar was de productie een stuk voordeliger. Er werd ingezet op de productie van wijn die vooral in handen was van Groot-Brittannië. De Spaanse Successieoorlog in 1701 maakte hier een einde aan. De wijnproductie werd vervangen door het kweken van de cochenilleluis vanwege de karmijnrode kleurstof. Horatio Nelson deed in 1797 nog een poging om Tenerife in te nemen. De mislukte poging moest hij bekopen met het verliezen van zijn arm.

In 1812 werden de Canarische Eilanden een Spaanse provincie. De opsplitsing in twee aparte provincies in 1927, was te wijten aan de rivaliteit tussen Las Palmas en Tenerife. De regering van Spanje stuurde Francisco Franco naar Tenerife uit angst voor een staatsgreep. Toen Franco daar aan de macht kwam begon in 1936 de Spaanse Burgeroorlog. De eilanden kregen opnieuw te lijden onder een verslechterde economie, waardoor het Canarische nationalisme de kop op stak. In 1982 werd de Wet voor autonomie aangenomen waardoor er in 1983 de eerste verkiezingen volgde. In 1986 traden de Canarische Eilanden samen met Spanje toe tot de EU.